Categorieën
Proza

Pieter Drift

Proza | Nieuw proza van Pieter Drift

Witte kogels

De hand van de vrouw verdween in haar tasje terwijl ze op haar mobiel bleef kijken. Al haar bewegingen hadden iets gehaasts. Na wat heen en weer bewegen door haar spulletjes, trok ze haar hand terug. Met een bruuske beweging zette ze haar handtas op schoot en keek erin. Toen ging ze recht zitten en staarde naar voren. Onze blikken kruisten even. Ze vloekte binnensmonds. Ik herkende het gevoel en glimlachte terwijl ik weer verder ging met mijn krant. Tussen mijn voeten stond mijn rugzakje. Ik las dat leven niet gaat om het zoeken naar gehik. Iets klopte niet, snel verbeterde ik mezelf: het ging om geluk, zoeken naar geluk. Steeds vaker merkte ik dat ik woorden verkeerd las. Thuis gebruikte ik al een leesbril maar als ik wegging, vergat ik hem steeds weer mee te nemen.
   ‘Heb je een sigaret?’
   Ze was opgestaan. Ik keek haar aan. ‘Ik rook niet.’
   ‘Ik ook bijna niet, maar nu zou ik graag willen roken.’
   Ze liep naar me toe en kwam naast me staan. ‘Buiten mag je roken. Ga je mee?’
   Nogmaals zei ik dat ik niet rookte en dus ook geen sigaretten bij me had. Ik maakte mijn wijsvinger vochtig en sloeg de pagina om terwijl ik het bericht nog niet uit had. Ze rook een beetje zoet – jasmijn, vanille.
   ‘Hoorde ik wel. Ben niet doof.’ Ze pakte de leuning van de stoel tegenover me. ‘Het had toch gekund dat je het alleen maar zei om van me af te zijn?’
   ‘Stel dat het zo was dan zou ik de tweede keer toch niet zeggen dat ik wel rookte?’
   ‘Heb jij toevallig tampons bij je?’ Ze vroeg het bijna fluisterend, zachter dan alles daarvoor. Ik pakte mijn rugzakje en haalde uit een zijvakje een pakje.
   ‘Als je ze maar niet oprookt,’ zei ik terwijl ik het doosje naar haar toeschoof. De hele dag niet bezig geweest met de angst om door te lekken. Nu lukte het me niet meer om nog een woord te lezen.  Toen het te lang duurde ging ik ook naar het toilet.

In het damestoilet hoorde ik een onderdrukt gesnik. Onder de middelste deur zag ik haar pumps. Ik kuchte even, het klonk alsof ik in een overdekt zwembad stond. Onmiddellijk stopte ze met huilen. Ze snoot haar neus, trok door en kwam het hokje uit. Ze liep direct door naar de wastafel om haar handen te wassen terwijl ze zichzelf goed in de spiegel bekeek. Met haar wijsvinger wreef ze uitgelopen mascara weg.
   ‘Mag ik mijn doosje terug?’
   ‘O ja,’ ze draaide zich om en liep naar de wc waar ze net uit kwam. Op de stortbak zag ik het pakje staan. Ze pakte het en gaf het terug. Ik liep naar het hok waar zij vandaan kwam en hoorde haar een keer diep zuchten. Ik wist niet of het tegen mij was.
   Mijn onderbroek was nog wit, niet doorgelekt. Ik pakte het doosje tampons en opende het. Vijf zaten er nog in. Volgens mij had ze er geen eentje uitgehaald.
   ‘Hoe heet je?’ hoorde ik aan de andere kant van de deur.
   ‘Ik?’ vroeg ik, alsof er nog iemand anders in deze ruimte had kunnen zijn.
   ‘Ja jij, ik ben Iza. Iza met een zet.’
   ‘Ik heet Elise. Elise met een es.’
   ‘Mooi,’ zei ze. Haar hakken klikten op de vloer. Waarschijnlijk liep ze weer naar de spiegel. Ik trok mijn broek omhoog en vroeg aan haar of ze wel een tampon had gebruikt. ‘Je moet het zelf weten hoor,’ zei ik er snel achteraan.
   ‘Let je daar op?’ hoorde ik haar met iets hogere stem vragen.
   Ik trok door en toen ik de wc-deur opende, keek ik haar via de spiegel aan. Ze draaide zich om en zei: ‘Geloof me Elise, ik heb echt een tampon gepakt.’
   Het is een bepaald slag mensen dat direct je voornaam aan hun zinnen toevoegt. Ze willen iets persoonlijks in het gesprek brengen. Met haar beide handen streek ze haar rok glad, een gewoontegebaar.
   ‘Elise,’ ze ging voor me staan en vouwde haar handen samen, ‘Wat zou jij doen als je de schuld van iets krijgt wat je niet gedaan hebt?’
   ‘Ik beschuldigde je niet. Ik…’
   ‘Nee, dat bedoel ik niet, Elise met een es,’ een klein lachje, ‘In mijn tuin ligt een man. Dood. En op de kogel staat mijn naam. Figuurlijk gesproken natuurlijk.’
   ‘Ik snap niet precies welk gedeelte figuurlijk is…’
   In mijn hand kneusde ik het doosje. Het geheel had iets absurds. We hadden elkaar nog nooit gezien maar vanaf het moment dat ze mijn tampons had geleend was er iets intiems. Het blijft persoonlijk. Een vriendin zei eens: ‘tampons zijn witte kogels. Ze gaan in je lijf en als ze eruit gehaald worden, heb je gegarandeerd een bloedbad.’
   ‘Wie was die man?’
   ‘Mijn vriend, mijn ex… Het wapen lag naast hem. In paniek had ik het opgeraapt. Geen idee waarom. Ik had het, dacht ik, in mijn tasje gedaan maar net kwam ik erachter dat het waarschijnlijk nog op het aanrecht ligt.’
   Ze stond voor me en keek me wezenloos aan. Ik wierp een blik in haar handtas. Half in de voering zag ik iets zitten. ‘Wat is dat?’ vroeg ik nieuwsgierig.
   Ze keek niet, maar duwde haar tas uitnodigend naar voren. Mijn hand ging in haar tas en al snel sloten mijn vingers om de handgreep van een revolver. Ik trok hem er triomfantelijk uit en liet het zien.
   ‘Tada!’ zong ik bijna. Ik zwaaide wat met het pistool. Ze hield haar tas open en vroeg of ik hem terug wilde stoppen voor er ongelukken zouden gebeuren. Het idee dat ik haar geholpen had overstemde alles, ik voelde me zo tevreden.
   Geluk is niet meer dan gehik, een tijdelijk en kortdurend verschijnsel waarbij het middenrif krachtig samentrekt, een hapering in het leven, meer niet. Samen verlieten we het toilet. Ik ging zitten op de stoel waar ik daarvoor ook had gezeten en vroeg aan Iza of ze iets wilde drinken. Ze knikte maar wilde eerst roken. Na een half uur wachten besloot ik even buiten te kijken. Nergens zag ik Iza.
   Ik bestelde een koffie. Het meisje vroeg welke ik wilde.
   ‘Koffie, gewoon koffie,’ reageerde ik kortaf.
   Ze had helemaal geen sigaretten bij zich. Ik had het pistool het laatst aangeraakt. De koffie werd met een voetbad voor me neergezet. Misselijkheid kroop omhoog.

Pieter Drift is afgestudeerd in 1991 aan de Rotterdamse kunstacademie. Sindsdien maakt hij etsen en tekeningen, zie www.pieterdrift.nl

Daarnaast schrijft hij verhalen en gedichten. Publicaties in o.a. Hard//hoofd, Ambrozijn, Ballustrada, Tijdschrift Ei en De Optimist. Met Willem Jakobs vormt hij sinds 2012 het kunstenaarsduo Willem Jakobs & Pieter Drift, zie www.jakobsdrift.nl

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.