Categorieën
Poëzie

Robbe Ghijsels

Poëzie | Drie nieuwe gedichten van Robbe Ghijsels

Het stoft er

Op zolder staat het raam een bries te blazen 
je wrijft met je vingertoppen mijmerend over een verfpenseel
leest in mijn frons en ik in die van jou de nostalgie voor wat nog komen moet

hoe zichtbaar de zaken zijn die verzwegen worden
de leugen in de lach, de omhelzing die gewrichten kraakt

de karaf water waarin jij gewoonlijk je penselen kuist geeft dorst nu 
aan onze braak liggende tongen, het heeft iets weg van een wolkbreuk

ik trok gisteren een veer uit de hals van een stadsduif 
en probeer er vandaag de kleur uit te wringen 
over kraaltjes en canvassen en de vloer van de kooi waarin wij ons bevinden nu 

we hebben niets anders dan tralies om aan vast te klampen
om onze kneukels wit op te duwen in geveinsde steun en lauw comfort,
wat anders dan beslissen om onze blikken uit het raam te werpen en regen te zien

in schemeringschaduw de boomkruinen 
die dezelfde kleuren vangen die ons hier telkens zoek zijn geweest

ze kladden ons een vergissing voor 
een die naar ons knipoogt, de grond induikt 
hoop achterlaat, je canvas vult
botten prikken onderhuids

het haar dat daarbij gaat rechtstaan lijkt op een verzameling
borduurnaalden, ik vraag: lig op me als op een spijkerbed
dat mijn bedruktheid reden krijgt, want zonder

kan ik enkel in een wiegstoel cirkels over mijn knieën wrijven
mijn handpalmen vruchtensap doen huilen
dat als koraaloranje traansporen stroelt 
over de boog van elke kuit 
naar de naad van elke kous, weet je

je ademt korter wanneer je steeds in plassen staat
en al zou je dat nog in stilte willen doen 
het ongezien voorbij laten gaan
de voeten in de zon gooien en je kousen doen drogen 
dan plets je toch voetafdrukken onderweg

en moet je voor passanten weer de keel schrapen
alsof de woorden daar aan een kapstok hangen:
let maar even niet op mij
ik loop vandaag slechts traagjes leeg
Voor nu

Er rust al te vaak een trieste blik
in naar genot getrokken stadsgezichten
alsof hun aders jeuken 
het scherpe zicht aan scherven ligt 

ze hebben in hun steden van die voorgevels
met waterspuwers en platgelopen dorpels
leven er zogenaamd graag, poetsen tanden op balkons
verhuizen naar dezelfde straat

maar lopen met gebogen ruggen
over stoepstenen verroest door de oogopslagen
van zij die over eigen hartzeer struikelen 
botsen tegen hier en daar een zielsverwant
 
ik knijp mijn hartslag in je hand 
we staan stil in de dodenlaan
je knijpt de jouwe terug we bonzen nog, laat niet los
we bonzen nog

Robbe Ghijsels is een dichter uit Brussel die zich, vaker uit noodzaak dan wil, verdiept in de tragiek van het bestaan en dan meer bepaald het onvoorstelbare doorzettingsvermogen van mensen die écht lijden kennen en dat vervolgens stilzwijgend verbijten om toch geluk te vinden bij de minste voorspoed.

Hij studeerde dit jaar af voor de Master in het vertalen aan de KU Leuven met als meesterproef een kritische vertaling in postkoloniale context van het kortverhaal "Escort" van Abdulrazak Gurnah (Nobelprijswinnaar voor Literatuur). Eerder werk verscheen bij Het Gezeefde Gedicht in 2021 en bij Seizoenszine in 2022.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *